Ga direct naar inhoud

Beijerlust

Beverwijk

Waar ooit de buitenplaats Zuiderwijk lag, staat nueen laat negentiende-eeuws witgepleisterdherenhuis, genaamd Beyerlust. De naam refereertaan de verdwenen buitenplaats Bijenlust inHeemskerk die in 1876 is gesloopt.

Geschiedenis

In de hoek tussen de Hoogdorperweg en Gerrit van Assendelftstraat in Beverwijk stond een boerderij met als achtergrens het Achterwegje. Naar verluidt zou dit ooit door Jacoba van Beieren als jachthuis gebruikt zijn. Jacob Boreel te Amsterdam kocht in 1802 het huis en stukjes grond er omheen en verkocht de hofstede Beierlust in 1820 aan Nicolaas Pieter Muilman. 

 

Vanaf dat jaar begon hij aan de opbouw van een aanzienlijke buitenplaats. Hij breidde zijn erf uit, bouwde een mooi nieuw Beierlust en in plaats van het Achterwegje zorgde hij voor een schaduwrijk voetpad naar het centrum. 

Hij werd zodoende een buurman van zijn schoonvader die op Assumburg woonde. 

Later kwam het landhuis in bezit van Burgemeester Herman Zaalberg die het uiteindelijk in 1878 laat afbreken en als dubbel herenhuis opnieuw opbouwen aan de Velserweg in Beverwijk, naast het landgoed Akerendam.

Nu
Tegenwoordig huisvest Beijerlustde kantoren van verschillende bedrijven en is eigendom van Beijerlust BV. 

Landgoed

Typering
gedeeltelijk nog bestaand

Landhuis met bijgebouwen, tuin en park, dat is gesticht om voor kortere of langere tijd op het platteland te vertoeven. De stichting had tot doel te dienen als statussymbool.

Klik hier voor meer informatie

Een Engelse tuin is een landschapstuin, die in de mode kwam in de tweede helft van de achttiende eeuw en het begin van de negentiende eeuw. Het concept leunt op de voorstelling van romantische, parkachtige landschappen met verrassende doorkijkjes. In de praktijk wordt dit doorgaans gestalte gegeven door de aanleg van grasvelden, liefst op heuvelachtig terrein, omgeven door en afgewisseld met boomgroepen.

Een Franse tuin (Jardin à la Française) of baroktuin is een formele tuin die is aangelegd in een Franse stijl, naar model van de Italiaanse renaissance-tuin.

Klik hier voor meer informatie

Vanouds'buitenplaats', perceel, vaak gebruikt voor riddermatig goed, buitenhuis.

Gemetselde kelder, afgesloten door een bakstenen gewelf en overdekt met een dikke laag aarde, zodat een heuvel ontstond. In de ijskelder werden op buitenplaatsen stukken natuurijs opgeslagen die 's winters uit vijvers waren gehakt en 's zomers voor koeling werden gebruikt.

Bijgebouw van buitenplaats of groot stadshuis, waarin koetsen en paarden werden ondergebracht. Vaak woonde er ook personeel in.

Een landgoed is een gebied van meerdere hectares, met landerijen en tuinen en waar een buitenplaats, landhuis, een grote boerderij, kerk of kasteel op voorkomt.

Klik hier voor meer informatie

Aangelegde tuinen die bedoeld waren voor de teelt en bewaring van groenten en fruit voor jaarrond gebruik,

Plantenkas of serre, oorspronkelijk een langwerpig ondiep gebouw voor het onderbrengen van oranjebomen, algemeen broeikas voor tropische gewassen.

Bossen met het produceren van hout als voornaamste doel.

Fruitmuur van een halve steen dik op doorgaande golvende of slingerende plattegrond, bestaande uit regelmatig elkaar afwisselende cirkelsegmenten. De golvende vorm geeft stevigheid aan de dunne muur en vormt aan de zuidzijde beschutte warme plaatsen, waar kwetsbare lei- en klimgewassen kunnen groeien.

Tuinhuis waar men thee en andere dranken nuttig, vooral op buitenplaatsen in de omliggend thuin (veelal aan het water) gesitueerd.